Deze prachtige woning in Bauhausstijl verdiende een tuin met meerwaarde, zonder zich evenwel op te dringen. Tuinaannemer Carl Vulsteke bewijst dat dat niet synoniem hoeft te staan voor een armoede in plantenkeuze, integendeel zelfs. Volgens een ontwerp van een gerenommeerd tuinarchitect creëerde hij een tuin in symbiose met de gelaagde structuur van de woning.
Voor- en zijtuin ogen sober en zijn voornamelijk gericht op het garanderen van privacy en volop speelruimte aanbieden voor de opgroeiende kinderen. Langs het gazon en het brede terras naast de woning volgt al een blijk van doordachte plantenkeuze. Borders van eikenbladhortensia (H. quercifolia ‘Snow Queen’) en blokvormen van parrotia persica worden even verder in de hoogte bijgestaan door een Magnolia ‘Yellow Bird’. In een volgende fase krijgen ze het gezelschap van een terras met zwemvijver en een aangepaste beplanting.
Alle bewondering gaat hier uit naar de besloten binnentuin grenzend aan de leefruimte achter de woning. Het ontwerp stoelt op de principes van de Japanse tuinarchitectuur, de aanleg gebeurde volgens het daktuinprincipe en is een uitmuntend staaltje van vak- en plantenkennis. Deze binnentuin bereiken we via een breed pad in Franse dolomiet. In de hoogte worden we bijgestaan door leiperen, die onderaan de steun krijgen van een beukenhaag.
Langs een organisch verhoogd eilandje begroeid met rozemarijn en enkele solitaire blikvangers (Magnolia ‘Gold Star’ en Acer capillipes), bereiken we de besloten binnentuin. Deze is opgebouwd boven een waterput volgens het daktuinprinicpe. Strips van Chinese graniet liggen er stevig vervat in het mineraalsubstraat. De onregelmatige uitsparingen in het vloerplan zijn begroeid met een rijke verzameling aan lage vaste planten, struikjes en bolgewassen (o.a. Buxus sempervirens ‘Rococo’, Paeonia lutea var. Ludiowii, Fragaria chiloensis, Alchemilla alpina en Mentha requienii).
Enkele kornoeljes, gekozen omwille van hun gelaagde structuur, vervolledigen het groene plaatje. Visueel leggen ze de link met een tweede groene zone tegen de perceelsgrens. Daar vinden we een border met geelbloeiende en geurende daglelies (Hemerocallis lilioasphodelus), enkele solitaire kornoeljes (Cornus kousa ‘Rasen’) en een geelbloeiende magnolia (M. brooklynensis ‘Yellow Bird’). Tussen beide groene zones maakt de oprit een brede duik naar de ondergrondse garage.
Focus op groen
Enkele opvallende planten:
Parrotia persica zien we tegenwoordig al wat meer opduiken in Vlaamse tuinen en terecht. Het is echter zeldzaam om deze planten gebruikt te zien als scheiding tussen percelen zoals hier is gebeurd. Deze Hamamelidaceae komt voor in het noorden van Iran en in de Kaukasus. Opvallend is vooral de prachtige herfstverkleuring van de bladeren, in tinten purperrood en goudgeel. Maar let ook eens op de bloei in het vroege voorjaar. De bloeiwijze bestaat uit trosjes steenrode meeldraden. Andere bloemdelen zijn niet aanwezig. Het Ijzerhout zoals de naam in onze taal klinkt, is een van de mooiste herfstverschijningen in elke tuin.
Cornus kousa 'Rasen' is één van de vele prachtige cultivars van de Japanse bloemkornoelje. Dit type heeft overlappende bracteeën (schutbladen) die vrij groot zijn, crèmewit met een rozerode afboording bij het ouder worden. Na tien jaar is de plant ongeveer 2,5m hoog.
Magnolia 'Gold Star' is een op stermagnolia lijkend type wat de vorm van de bloemen betreft. Deze zijn echter bleekgeel, een beetje margarinekleur. De plant groeit ook sneller en hoger, meer in boomvorm, dan M. stellata. Het was een der eerste “gele” magnolia’s die in de handel beschikbaar kwam. Op tien jaar is hij uitgegroeid tot 5 m hoogte.
Magnolia ‘Yellow Bird’ (foto onderaan) is samen met ‘Daphne’ de Magnolia met de beste gele kleur bij de op dit ogenblik algemeen in de handel zijnde types. In tegenstelling tot de hierboven vermelde ‘Gold Star’ (voorlaatste foto) bloeit deze vorm als de bladeren al op de plant staan, dus zoals bij één van zijn ouders, M. acuminata var. cordata. Dit is echter geen nadeel omdat de gele kleur van de bloem meer dan voldoende opvalt tussen de bebladering. De bloeitijd is laat, dus geen gevaar op schade door late nachtvorst. Ze duurt ook meerdere weken. De groeivorm is boomvormig, wat maakt dat deze Magnolia minder ruimte inneemt dan bijvoorbeeld M. x soulangeana, de meest aangeplante. Een absolute aanrader!
Cornus alternifolia heeft witte bloeischermen in mei, gevolgd door blauwzwarte bessen op rode stelen. Het is de Amerikaanse tegenhanger van C. controversa, maar hij groeit trager en wordt slechts enkele meters hoog. (Bij zijn Aziatisch broertje spreken we in de natuur wel over 20 meter hoogte.) Vooral te gebruiken als bladplant en om zijn vruchten.
Buxus microphylla 'Rococo' vormt zelfs zonder snoei lage wolken die prachtig dicht groeien. Zeker de meest interessante voor brede afboording, maar ook als solitaire lage bodembedekkende struik een aanrader. Fijne bladeren, enigszins lichtgroen, lichter dan bij B. sempervirens. In de winter kunnen deze bladeren wat bronskleuring vertonen, dat is normaal.
H. quercifolia 'Snow Queen' is de meest verkochte en beste vorm van de eikenbladhortensia. Bij niet snoeien zullen de bloeipluimen kleiner blijven maar zijn de stelen stevig genoeg om ze rechtop te houden. Anders hangen ze over. Zonder snoei wordt de struik toch wel een tweetal meter hoog. De herfstkleur van de bladeren is opvallend roodpurper en vormt een bijkomende sierwaarde. Maar vergeet ook zeker de bloeipluimen niet, wit naar roze doorkleurend.
Choisya ternata of Mexican Orange is een wintergroene struik met witte, naar amandelbloesem geurende bloemen in mei en vaak nog een keer in oktober. Veel beter winterhard dan wat soms nog in oudere boeken wordt aangegeven. Er bestaan benoemde vormen (bijvoorbeeld met gele bladeren), maar de echte soort is de beste voor algemeen gebruik in tuinen. Geef de plant bij voorkeur een zonnig plaatsje. Snoei is perfect mogelijk, zelfs tot blokken.
Paeonia Itoh-hybriden is een groep kruisingen tussen kruidachtige en boompioenen. Ze zijn nog redelijk duur in aanschaf, maar zowel naar blad als bloem aanbiddelijk mooi. De planten zijn gezond, gemakkelijk en gaan levenslang mee. Zorg voor veel voeding en voldoende zonlicht. De vorm ‘Garden Treasure’, met halfgevulde gele bloemen, is een absolute topper.
Leptinella squalida is een bodembedekkende vaste plant met kleine varenachtige blaadjes. In de zomer verschijnen kleine, asterachtige gele bloemetjes. Groenblijvend, winterhard en hij wordt slechts zo’n 7 cm hoog. Zorg voor goed gedraineerde grond, want in de winter haat hij sneeuw en regen. Voorkom natuurlijk ook dat de plant in de zomer volledig droog staat.
Achemilla alpina is de kleinere broer van A. mollis. Een eerder traag groeiende bodembedekker met duidelijke lobben aan het blad. De beharing aan de onderzijde is lang genoeg om onder het blad uit te piepen, waardoor de indruk van een zilveren rand ontstaat. Terug snoeien in de zomer neemt de bloemen wel weg, maar creëert een dichter groeiende plant die dus beter de grond afdekt.
Mentha requienii wordt slechts enkele centimeters hoog en vormt een bodembedekkende groep met kleine, sterk naar munt geurende blaadjes. Hij wordt dan wel ‘loopmunt’ genoemd in de volksmond, maar dat mogen we beter niet letterlijk nemen.
Fragaria chiloensis is een laag aardbeitje uit Chili dat bij ons als bodembedekker kan gebruikt worden. De bloemetjes zijn wit en de eetbare vruchten zijn rood met wit vruchtvlees.
Hemerocallis lilioasphodelus (foto 5) is een botanische citroengele daglelie die in bloei ongeveer 80 cm hoog wordt. De bloemen geuren! Niet of nauwelijks woekerend en ook geschikt voor zwaardere, vochtige grond.
Verantwoordelijke tuinaannemer
Tuinen Vulsteke
Carl Vulsteke
8904 Boezinge (Ieper)
M 0486 33 56 14

