Groenblijvende planten

Groene planten zijn onmisbaar in natuur, tuin en milieu. Ze maken de zuurstof die de basis van ons leven vormt. ‘Eeuwig groene’ planten vormen daarbij de superklasse. In deze tijd van het jaar brengen we ze ook graag in huis. Geniet ervan!

Groen in de tuin kan het hele jaar door

Wintergroene planten trekken zich weinig of niets aan van onze seizoenen. Ze gaan in de koude maanden niet in rust, verminderen hooguit hun activiteit een beetje en behouden hun blad. 

Het is niet zo dat wintergroene planten geen blad laten vallen. Dat doen ze alleen niet ineens, maar geleidelijk (blaadje na blaadje het hele jaar door, net zoals bij veel planten in de tropen).

Vaak hebben wintergroene planten een speciale soort winterbescherming ontwikkeld: leerachtig blad, een waslaag op het blad, ze kunnen het opkrullen (bamboe) of de bladstand veranderen (Rhododendron) om de verdamping te verminderen en niet uit te drogen.

Soms veranderen ze ’s winters ook een beetje van kleur om zich te beschermen (volgroen wordt bij sommige coniferen bijv. bronskleurig of roodachtig).

Heel goede groenblijvers

Er zijn er honderden om uit te kiezen en mee te combineren. Ze komen bij alle plantengroepen voor:
 

Loofbomen: 

Vooral hulstsoorten en -cultivars (Ilex), met groen, blauwgroen, of goud- en zilverbont blad en rode, oranje, gele of witte bessen (aan vrouwelijke planten, als er tenminste een mannetje van dezelfde soort in de buurt staat).
 

Coniferen: 

Bijna alle soorten coniferen zijn wintergroen met uitzondering van de bladverliezende Larix, Metasequioa, de moerascipres (Taxodium) en Ginkgo).

Het loof van de wintergroene coniferen is fijn en schubachtig (bijv. bij Thuja’s) of naaldvormig (zoals bij sparren, dennen, ceders enz.). Soms zijn die naalden zacht en zelfs mosachtig, soms hard en stug. Ze zijn er in allerlei tinten groen, blauw, geel, bont en u kunt kiezen uit hoog opgaande tot breed spreidende en zelfs miniatuur- en smalle zuilvormen.

Heel bekend zijn (met naaldvormig blad): venijnbomen (Taxus), jeneverbessen (Juniperus), dennen (Pinus), sparren (Picea), zilversparren (Abies), mammoetboom (Sequoiadendron) en ceders (Cedrus). Geschubd loof hebben o.a. Chamaecyparis, Thuja, leylandcipres (× Cupressocyparis), Microbiota en Thujopsis.
 

Heesters: 

Heel mooi en sterk: laurierkersen (Prunus laurocerasus) en de soort met kleiner blad (Prunus lusitanica subsp. azorica). Ze vertakken sterk en dicht (met als extra witte, geurende bloemen en rode resp. paarse bessen). 

Rhododendron’s kent iedereen, evenals het broodboompje (Aucuba) en het randpalmpje (Buxus sempervirens). 

Hedera hibernica is een prachtige wintergroene klimop. 

Olijfwilgen (Elaeagnus) zijn er ook met goud- of zilverbont blijvend blad, evenals wintergroene sneeuwballen (Viburnum-soorten), de rood uitlopende en wit bloeiende Photinia × fraseri ‘Red Robin’, bamboes, bodembedekkers zoals Pachysandra en bergthee (Gaultheria) en nog veel meer.
 

Vaste planten:

  • schoenlappersplant (Bergenia cordifolia),
  • palmlelies (Yucca),
  • dubbelloofvaren (Blechnum),
  • Nieuw-Zeelands vlas (Phormium). 

Tips

  • Plant vroeg in het jaar bloeiende groenblijvers niet op het oosten om vorstbeschadiging van de bloemknoppen te voorkomen.
  • Bescherm groenblijvende planten tijdens ‘ kale vorst’ en fel zonlicht tegen uitdroging door ze tijdelijk af te schermen (bijv. met tuinvlies).

 

Terug naar 'Beplanting in de winter'